Relatietherapeuten beschikken over woorden, concepten en vaardigheden die bedoeld zijn om relaties te ondersteunen. Ze leren luisteren, afstemmen, vertragen en begrenzen. Maar wat gebeurt er wanneer twee mensen die deze kennis delen, samen een intieme relatie hebben? Wanneer professie en liefde niet naast elkaar bestaan, maar elkaar dagelijks raken?
Steeds meer therapeuten zijn ook partner van een collega-therapeut. Dat kan verrijkend zijn: er is begrip voor complexiteit, ruimte voor reflectie en vaak een gedeelde taal. Tegelijk brengt deze situatie een specifieke kwetsbaarheid met zich mee. Wat professioneel helpend is, kan relationeel belastend worden. Dit artikel verkent hoe therapeut-koppels hier zorgethisch mee om kunnen gaan.
Jullie relatie is geen praktijkruimte
Een fundamenteel onderscheid is dit: een liefdesrelatie is geen praktijkruimte. In een therapeutische setting zijn er rollen, kaders en een asymmetrische verantwoordelijkheid. In een relatie zijn partners gelijkwaardig en wederzijds betrokken.
Toch herkennen veel therapeut-koppels het moment waarop dit onderscheid vervaagt. Een conflict wordt geanalyseerd in plaats van beleefd. Emoties worden benoemd in plaats van gedragen. Therapiebegrippen sluipen ongemerkt de intimiteit binnen.
Zorgethisch omgaan met deze situatie betekent niet dat professionele kennis moet worden ontkend, maar dat zij niet leidend mag worden in de relatie. Niet alles hoeft begrepen te worden om zorgzaam te zijn. Soms vraagt liefde om aanwezigheid zonder analyse.
De verleiding van begrijpen
Therapeuten zijn getraind om te begrijpen. Dat is hun kracht. Maar in een liefdesrelatie kan begrijpen ook een vorm van afstand worden. Waar begrijpen overgaat in verklaren, verdwijnt ontmoeting.
In relaties waarin beide partners therapeut zijn, ligt deze verleiding dichtbij. Wie beter kan verwoorden wat er gebeurt, kan onbedoeld ook bepalen wat als ‘redelijk’ of ‘juist’ wordt gezien. Dat raakt aan macht, ook wanneer die macht niet zo bedoeld is.
Zorgethiek nodigt uit om dit serieus te nemen. Niet door kennis af te zweren, maar door haar te begrenzen.
Morele gelijkwaardigheid bewaken
Morele gelijkwaardigheid is geen vanzelfsprekendheid, zeker niet in relaties waarin beide partners veel reflectievermogen hebben. Wie sneller kan duiden, reguleren of relativeren, kan ongemerkt groter worden in de relatie. De ander wordt stiller, defensiever of past zich aan.
Zorgethisch werken betekent hier: gelijkwaardigheid actief bewaken. Dat vraagt vragen als:
- Voelen we ons hier nog beiden volwaardig?
- Krijgt ieders ervaring evenveel gewicht?
- Wie draagt momenteel meer zorg of verantwoordelijkheid?
Gelijkwaardigheid betekent niet dat alles gelijk moet zijn, maar dat verschillen bespreekbaar blijven en zorg herverdeelbaar is.
De mythe van de voorbeeldrelatie
Therapeut-koppels dragen vaak impliciet de verwachting dat zij het ‘beter’ zouden moeten doen. Alsof professionele kennis beschermt tegen vastlopen. Deze mythe is hardnekkig en onzorgzaam.
Zorgethiek nodigt uit tot een andere houding: bescheidenheid in plaats van congruentie. Ook therapeuten mogen boos zijn, moe zijn, vastlopen en niet weten. Vastlopen is geen professioneel falen, maar relationele informatie.
Wanneer deze ruimte ontbreekt, wordt professionaliteit een morele maatlat waar de relatie onder bezwijkt.
Expliciteren in plaats van aannemen
Een belangrijk zorgethisch principe is: wat impliciet blijft, gaat sturen. In therapeut-koppels zijn verwachtingen vaak sterk geïnternaliseerd. “Wij weten hoe dit werkt.” “Dit zouden we toch moeten kunnen.”
Zorgethisch omgaan met deze situatie vraagt om explicitering:
- Wanneer zijn we partner, wanneer professional?
- Wanneer voelt zorg ongelijk?
- Wanneer schuift verantwoordelijkheid stilzwijgend door?
Expliciteren is geen verharding van relaties, maar onderhoud. Het haalt aannames uit de schaduw en maakt zorg bespreekbaar.
Grenzen stellen is zorgzaam
Grenzen krijgen in professionele zorg een duidelijke plek, maar in intieme relaties worden ze soms als kil ervaren. Zorgethiek herwaardeert grenzen als vorm van zorg.
Voor therapeut-koppels kunnen zorgzame grenzen zijn:
- geen therapietaal tijdens conflicten
- reflectie pas achteraf, niet in het moment
- expliciete afspraken over wanneer werk stopt
Deze grenzen beschermen de relatie tegen kolonisering door de professie.
Vastlopen als signaal
Wanneer therapeut-koppels vastlopen, kan dat extra beladen voelen. Alsof het iets zegt over hun professionele bekwaamheid. Zorgethiek verzet zich tegen dit narratief.
Vastlopen is geen falen, maar een signaal. Het wijst vaak op overbelasting, scheve zorgverdeling of te weinig externe bedding. Door vastlopen zo te benaderen, verschuift de focus van schuld naar afstemming.
Externe bedding is geen luxe
Wat therapeuten cliënten aanraden, vergeten ze soms zelf: je hoeft het niet alleen te doen. Juist voor therapeut-koppels is externe reflectie essentieel.
Zorg hoeft niet volledig in de relatie zelf gedragen te worden.
Zorgethiek als houding, niet als norm
Zorgethiek is geen moreel kompas waarmee relaties beoordeeld moeten worden. Het is een houding die uitnodigt tot aandacht, vertraging en verantwoordelijkheid. Wanneer zorgethiek normerend wordt, verliest zij haar kracht.
Voor therapeut-koppels betekent dit: Zorgethiek is een taal om achteraf te begrijpen, niet een regelboek om naar te leven.
Tot slot
Wanneer je allebei relatietherapeut bent, vraagt liefde geen extra deskundigheid, maar extra zorgvuldigheid. Niet door alles goed te doen, maar door mens te blijven. Door te begrenzen waar professie dreigt over te nemen. Door vastlopen te zien als signaal. Door gelijkwaardigheid steeds opnieuw te bewaken.
Misschien is dat wel de kern van zorgethisch omgaan met liefde en professie:
niet perfect zijn, maar aanwezig blijven.
